Verlichting… een innerlijke revolutie

Er lijkt een trend gaande in het Westen, dat zodra er een inzicht van de werkelijkheid is ervaren, er al aanspraak gemaakt kan worden op verlichting, ofwel zelfrealisatie. Dat hiermee de deur dichtgegooid wordt naar een diepere uiteindelijke totale realisatie, is jammer genoeg niet altijd meteen duidelijk. De verworven staat is zo vervullend en zaligmakend, dat deze ogenblikkelijk geclaimd wordt als zijnde verlichting, als een nieuwe staat van zijn, zonder opmerkzaam te zijn van het feit dat er zo een nieuwe identiteit geboren is.

Het is niet voor niets dat de oude tradities je aanraadden om na het moment van realisatie er een aantal jaren niet over te spreken en deze voor jezelf te houden. Indien mogelijk kun je deze periode in afzondering doorbrengen. Wees stil, en weet dat spreken over dat wat nog niet volledig geïntegreerd is en uitgezuiverd is, de kiem van een nieuwe identificatie in zich draagt. Zelfrealisatie is het einde van iedere identificatie, dus ook van die met de ´gerealiseerde staat´. In volledige verlichting is de persoon geheel verdwenen en daarmee ook dat wat behoefte heeft het uit te drukken.

Adyashanti is één van de weinige leraren die regelmatig duidelijkheid geeft over het proces dat ná het eerste ontwaken plaatsvindt. Hieronder tref je een mooi fragment aan, wat we tegenkwamen in het boekje De weg van bevrijding.

Fragment:
wegvanbevrijdingDe verlichting waarvan ik spreek is niet slechts een realisatie, niet alleen maar de ontdekking van je ware natuur. Dat is slechts het begin – de ingang tot een innerlijke revolutie. Realisatie garandeert deze revolutie niet; ze maakt die slechts mogelijk.

Wat is deze innerlijke revolutie? Om te beginnen is revolutie niet statisch; het is een actieve, aanhoudende en doorgaande beweging. Je kunt die revolutie niet verwerven of in een conceptueel model gieten. Er is ook geen pad naar deze innerlijke revolutie, want ze is voorspelbaar noch beheersbaar en leeft een heel eigen leven. Deze revolutie is een breuk met de oude, terugkerende, dode structuren van denken en waarnemen waarin de mensheid zich gevangen vindt. Realisatie van de uiteindelijke werkelijkheid is een onmiddellijke en plotselinge existentiële bewustwording van je ware aard. die de deur opent naar de mogelijkheid van een innerlijke revolutie. Een dergelijke revolutie vereist een voortdurend uithollen van de oude structuren van bewustzijn en de geboorte van een levendige en soepele intelligentie. Deze intelligentie herstructureert je ganse wezen, lichaam, geest en waarneming. Deze intelligentie snijdt de geest los van zijn oude structuren, die hun oorsprong hebben in het totale menselijke bewustzijn. Als men niet bevrijd kan worden van de oude geconditioneerde structuren van het menselijke bewustzijn, dan bevindt men zich nog steeds in een gevangenis.

Als je je bewust bent geworden van je ware aard zegt dat nog niet per se dat er een doorgaande revolutie zal plaatsvinden in hoe je waarneemt, handelt en reageert op het leven. Het moment van verlichting laat ons zien wat uiteindelijk waar en echt is; ook openbaart het dat het leven vanuit een onverdeelde en ongeconditioneerde staat van zijn nog beter geleefd kan worden. Maar het moment van verlichting garandeert deze grotere mogelijkheid niet, zoals velen die spirituele verlichting hebben kunnen ervaren kunnen beamen. Bewustwording opent een deur in jezelf naar een diepgaande innerlijke revolutie, maar garandeert geenszins dat ze zal plaatsvinden. Of het plaatsvindt of niet hangt van veel factoren af, maar geen factor is belangrijker en essentiëler fan een oprechte en ondubbelzinnige intentie om boven alles tot waarheid te komen. Van dit serieuze voornemen waarheid te vinden hangt iedere spirituele groei uiteindelijk af, vooral wanneer ze alle persoonlijke voorkeuren, oogmerken en doelen overstijgt.

Deze innerlijke revolutie is het ontwaken van intelligentie die niet voortkomt uit het denken, maar uit een innerlijke stille geest; alleen die heeft het vermogen alle oude structuren van iemands bewustzijn uit te roeien. Als deze structuren niet uitgeroeid worden, zal er geen sprake zijn van creatief denken, handelen en reageren. Als er geen innerlijke revolutie plaatsvindt, kan er niets nieuws en origineels tot bloei komen. Alleen het oude, herhaalde, geconditioneerde zal bloeien bij afwezigheid van deze revolutie. Ons potentieel is iets dat alleen tot bloei kan komen wanneer we niet langer gevangen zijn in de invloed en beperkingen van het bekende, Boven het rijk van de geest en de beperkingen van het geconditioneerde bewustzijn van de mensheid uit ligt wat heilig genoemd kan worden. En het is uit het gewijde dat een nieuw en soepel bewustzijn wordt geboren, dat het oude uitveegt en de bloei van een levende en onverdeelde uiting van zijn tot stand brengt. Een dergelijke uiting is persoonlijk noch onpersoonlijk, spiritueel noch werelds, maar is de stroom en bloei van het bestaan voorbij iedere notie van zelf.

Laten we dus goed begrijpen dat de werkelijkheid ons hele begrip van de werkelijkheid overstijgt. Werkelijkheid is niet christelijk, hindoeïstisch, joods, non-duaal of boeddhistisch. We moeten leren dat er meer werkelijkheid en heiligheid zit in een grasspriet dan in al onze gedachten en ideeën over werkelijkheid. Wanneer we waarnemen vanuit een onverdeeld bewustzijn, zullen we het sacrale in elke levensuiting vinden. We zullen het vinden in ons theekopje, in de herfstbries, in het poetsen van onze tanden, in elk moment van leven en sterven. Daarom moeten we de hele verzameling geconditioneerd denken achter ons laten en ons laten leiden door de innerlijke draad van stilte en intuïtief gewaarzijn, voorbij waar alle paden eindigen, naar dat heilige oord waarheen we onschuldig gaan of helemaal niet, niet eenmaal maar voortdurend.

Iemand moet bereid zijn alleen te staan – in het onbekende, met geen enkele referentie aan het bekende, het verleden of welke conditionering dan ook. Men moet staan waar niemand ooit tevoren gestaan heeft, in volkomen naaktheid, onschuld en nederigheid. Men moet in dat donkere licht staan, in die grondeloze omhelzing, onwankelbaar en trouw aan de werkelijkheid voorbij elk zelf, niet slechts voor een ogenblik, maar voor altijd, zonder einde; want dan wordt dat wat heilig, onverdeeld en heel is in het bewustzijn geboren en begint zich te uiten. Die uiting is de redding van het geheel. Het is de activiteit van een innerlijke revolutie die is neergedaald in tijd en ruimte.

– uit De weg van Bevrijding van Adyashanti